| Inhoudsstoffen terug naar vaktermen |
Alkaloiden bitterstoffen enzymen |
etherische olie fitonziden glycosiden |
hars koolhydraten looistoffen |
mineralen org.zuren pectine |
organische .zuren, pectine, slijmstoffen terpenen vette olie |
vitaminen |
Deze
vormen een gevarieerde groep basisverbindingen met alkalische eigenschappen die
over het algemeen een sterke fysiologische werking hebben op het zenuwstelsel
en de bloedsomloop. Het merendeel is giftig of zeer giftig en bitter van smaak.
Ze hebben verschillende farmacologische effecten. Ze kunnen b.v. werken als
pijnstiller, plaatselijke verover, kalmeringsmiddel, vaatvernauwer en
hallucinogeen middel. Er zijn duizenden alkaloïden bekend. b.v. atropine,
cafeïne, codeïne, morfine, strychnine, nicotine. Onduidelijk is nog wat hun
functie in de plant behelst. Geïsoleerde alkaloïden hebben een krachtiger
werking dan de plant waaraan ze zijn onttrokken. Diverse alkaloïden hiervan, of
afgeleiden hiervan, zijn van grote medische waarde in de wetenschap maar omdat
ze giftig zijn mogen ze alleen door gekwalificeerd personeel worden toegepast.
De volgende soorten zijn rijk aan alkaloïden: nachtschaden, papavers,
maagdenpalm, peulen, lievevrouwenbedstro, lelies en narcissen. Ze kunnen verder
in diverse onderverdelingen worden ingedeeld.
Deze stoffen zijn verschillend van chemische samenstelling. Stuk voor stuk hebben ze zelf een bittere smaak en prikkelen dan allen ook het smaakorgaan waardoor de eetlust en de stroom van maagsap wordt gestimuleerd .(bevordert de spijsvertering). Sommige bittere planten activeren de afscheiding en stroming van gal terwijl weer andere de urineproductie verhogen. Farmacologische bittere verbindingen zijn terpenoide stoffen. Ze kunnen aan azuleen onttrokken worden of ze bestaan uit glucosiden. Ze komen voor in: madeliefje, gentiaan, duizendguldenkruid, gele gentiaan, gezegende distel, en absintalsem. Bitterstoffen worden in de natuurgeneeswijze veel gebruikt in theemengsels die als aperitief worden gedronken.
Enzymen
Net als de vitaminen behoren de enzymen tot de groep van de ergonen, biologisch werkzame stoffen die chemische processen op gang brengen en regelen. Ze worden in de cel gevormd, zijn in alle cellen aanwezig en nemen deel aan alle reacties in het lichaam. Enzymen zijn vaak labiel en temperatuurgevoelig. Hiermee moet men rekening houden bij het verzamelen, drogen en bewaren van geneeskrachtige kruiden
Etherische olie| Inhoudsstoffen terug naar vaktermen |
Alkaloiden bitterstoffen enzymen |
etherische olie fitonziden glycosiden |
hars koolhydraten looistoffen |
mineralen org.zuren pectine |
organische .zuren, pectine, slijmstoffen terpenen vette olie |
vitaminen |
etherische olie
Etherische
olie
Fytonziden
Fytonziden
zijn een chemisch heterogene groep inhoudsstoffen. Ze oefenen een remmende
werking uit op de groei van micro-organismen die ziekten veroorzaken en zijn
daarom de natuurlijke afweer van de plant tegen deze ziekteverwekkers. Wat hun
werking betreft lijken ze op de antibiotica die door de lagere planten zoals
bacteriën en schimmels geproduceerd worden. Fytonziden worden o.a. aangetroffen
in tomaten, uien, knoflook, zeeradijs en citroenen.
Glycosiden
Glycosiden
zijn producten van de secundaire stofwisseling in de planten. Bij de hydrolyse
(splitsen door de werking van water, zuren, of enzymen) vallen ze in 2 delen
uiteen: het ene bestaat uit suiker (b.v glucose of fructose) en wordt het
gluconco0mponenet genoemd, het andere deel bestaat uit niet-suiker (aglucon)
genoemd. Glycosiden omvatten enkele zeer heilzame plantaardige stoffen en
sommige planten waarin ze voorkomen behoren tot de allergifstige
soorten.Plantensoorten die belangrijk zijn voor de geneeskunde en waar
glycosiden in voorkomen zijn o.a.: boterbloem, lelies, helmkruid, en
maagdenpalm.
| Inhoudsstoffen terug naar vaktermen |
Alkaloiden bitterstoffen enzymen |
etherische olie fitonziden glycosiden |
hars koolhydraten looistoffen |
mineralen org.zuren pectine |
organische .zuren, pectine, slijmstoffen terpenen vette olie |
vitaminen |
hars
Een
stof die vaak geassocieerd wordt met etherische oliën in bomen en struiken , en
in het bijzonder met naaldbomen ,is hars. Sommige harssoorten zijn
afgeleiden van fenol (carbolzuur) Ze komen afwel voor als vaste stof die
bij verhitting zacht wordt en smelt of wel oplost in etherische olie als balsem.
Net als etherische olie worden ze geproduceerd door speciale cellen en
afgescheiden in holten of zoals bij de naaldbomen in buisjes
koolhydraten
Koolhydraten
(sacchariden) vormen een belangrijke groep van plantenstoffen die soms wel 75% van het drooggewicht van de plant kunnen uitmaken. Ze zijn
van groot belang voor de voeding van mensen en dieren. Men onderscheidt lagere, in water oplosbare koolhydraten
(mono- en disacchariden) en hogere, niet in water oplosbare koolhydraten, die
opgebouwd zijn uit lange ketens van monosacchariden. De belangrijkste in water
oplosbare koolhydraten zijn glucose, fructose en saccharose. Glucose
(druivensuiker of dextrose) komt van deze groep van stoffen het meest voor in
de natuur. Ze wordt vn. gebruikt als zoetstof en als voeding- of
versterkingsmiddel. Ze worden vaak samen in de plant aangetroffen.
Saccharose (biet- of rietsuiker) is na glucose de meest algemeen voor- komende
suiker van deze groep. Bijen en honing bevat grote hoeveelheden van deze drie
suikers. De belangrijkste in water onoplosbare koolhydraten zijn zetmeel,
inuline en cellulose. Zetmeel wordt gevormd in de groene delen van de plant.
Het is na cellulose de meest voorkomende polysaccharide in de plant. Door zijn
hoge calorieën- gehalte is het van groot belang bij de voeding van de mens.
Voor therapeutische doeleinden en in de industrie wordt zg. reservezetmeel
gebruikt: dit is zetmeel, dat door allerlei planten als reservevoedsel is opgeslagen
in zaden, knollen, wortels en bladeren. Aardappels en granen zijn bijzonder
rijk aan deze stof. Door middel van hydrolyse (splitsing van chemische
verbindingen door water) kan men glucose verkrijgen uit zetmeel. Dit laatste is
nl. opgebouwd uil vele glucose-eenheden. lnuline, ook een reservestof, bestaat
uit vele fructose-eenheden en kan door middel van hydrolyse weer uiteenvallen
in deze bouwstenen. Ze komt in grote hoeveelheden voor in de wortels van
cichorei, alant en andere samengesteldbloemigen. Cellulose is de meest
voorkomende polysaccharide in de natuur. Ze vormt de celwanden en is een
belangrijk bestanddeel van de houtweefsels bij de hogere planten. Katoen, die
een grote vormvastheid bezit en daarom geschikt is als verbandwatten, is bijna
zuiver cellulose. Deze polysaccharide is opgebouwd uit vele glucose-eenheden
Pectine rekent men ook tot de koolhydraten; ze komt vn. voor in vruchtensappen.
Onder bepaalde omstandigheden vormt ze een gelei; de levens- middelenindustrie
maakt van deze eigenschap graag gebruik. Ook de groep van de slijmen zijn
koolhydraten. Deze stoffen komen o.a voor m de bladeren en wortels van heemst
en in de kroonbladen van het kaasjeskruid, in lijnzaad, fenegriek en IJslands
mos. Slijmen worden toegepast bij aan- doeningen van het slijmvlies van de
bovenste ademhalingswegen, omdat ze de aangetaste plek ómhullen 'en deze zo
beschermen tegen beschadigingen van mechanische aard en prikkelende
stoffen.
Looistoffen
Looistoffen
dienen als bouw-, reserve- en beschermingsstoffen. Ze zijn opgelost in het
celvocht van de plant of geconcentreerd in speciale holten met celvocht, de
zgn. looistofvacuolen. In zieke of door parasieten aan- m men zeer hoge
concentraties van deze stoffen aantreffen. In het plantenrijk komen looistoffen
vooral voor in boomschors. Onder invloed van zuurstof uit de lucht worden de
looistoffen afgebroken; gedroogde planten die looistoffen bevatten moeten
daarom altijd van de lucht afgesloten worden bewaard. Het vat waarin het
materiaal wordt op- geslagen moet liefst ook roestvrij zijn, omdat looistoffen
zich kunnen verbinden met ijzerzouten waarbij een groene tot zwarte neerslag
wordt gevormd. Looistoffen komen o.a. voor in eikenschors, bosbessen, de
wortelstok van de tormentil, bladeren van de notenboom, gallen, het kruid van
de Agrimonie, andoorn en varkensgras.
| Inhoudsstoffen terug naar vaktermen |
Alkaloiden bitterstoffen enzymen |
etherische olie fitonziden glycosiden |
hars koolhydraten looistoffen |
mineralen org.zuren pectine |
organische .zuren, pectine, slijmstoffen terpenen vette olie |
vitaminen |
mineralen
Geneeskruiden
bevatten meer of minder minerale stoffen maar ze worden zelden voorgeschreven
om mineralen te vervangen die het lichaam heeft verloren.
Calcium
Komt
voor in groenten en graanproducten. (melkproducten eieren). Is van belang voor
gezond skelet, tanden, hartwerking, bloedstolling en contractie van de spieren
. Ze wordt daarom gebruikt bij: hartkloppingen, spierzwakte, spierpijn,
vermoeidheid en prikkelbaarheid
Chroom
Komt voor in...........(vlees, schaaldieren en kip). Ze is van belang voor vetstofwisseling, regulering bloedsuikerspiegel ,ze verhindert het ontstaan van suikerziekte en het groeiproces. Ze wordt gebruikt bij prikkelbaarheid, depressie, nervositeit en verwarring. Het komt voor in graanolie (kip, mosselen en biergist).Het verdient aanbeveling om een supplement van chroom samen te doen gaan met vezelrijk voedsel omdat vezels , net als chroom bijdragen aan het reguleren van de bloedsuikerspiegel.
Fluoride
Dit
mineraal zorgt er voor een sterk tandglazuur, waardoor er minder kans op
gaatjes is.
Fosfor.
Komt
voor in groenten, graanproducten ( melkproducten). Is van belang voor:
botvorming, zenuwstelsel, hart- en nierfunctie. Wordt gebruikt bij
slechte
botgroei en
vermoeidheid
IJzer.
IJzer
zorgt voor het vervoer van zuurstof in het bloed. Belangrijke bronnen zijn: peulvruchten,
groene groenten, fruit,granen, kaas, (en vlees)
Jodium
Jodium
zorgt vooreen goede werking van de schildklier. Belangrijke bronnen zijn:spinazie,
(zeedieren en jodiumhoudend keukenzout)
Kalk
Voor
een goede opbouw van botten en tanden is kalk onmisbaar. Belangrijke bronnen
zijn:noten, groenten en fruit (kaas , vis en kip).
Koper
Komt
voor in groenten noten en druiven (vlees). Ze helpt bij de vorming van
hemoglobine, beenderen haar- en huidskleur. Ze wordt gebruikt bij anemie en
algehele zwakte
Magnesium
Komt
voor in graanproducten, groenten en fruit. Ze is van belang bij activering van
de enzymen en botvorming. Ze wordt gebruikt bij slechte groei.
Mangaan
Komt
voor in bananen , zemelen (en eieren). Ze is van belang bij activering enzymen,
voortplanting en groei en ademhaling. Bij gebrek hieraan ontstaat een slechte
groei
Molybdeen.
Komt
voor in peulvruchten, onbewerkte granen, donkergroene bladgroenten. . Ze is van
belang bij de ijzer- en koperstofwisseling, geslachtsfunctie bij mannen. Bij
gebrek hieraan ontstaat prikkelbaarheid, onregelmatige hartslag en tandcariës.
Natrium
Natrium
houdt de hoeveelheid lichaamsvocht op peil, onder andere van belang voor de
bloeddruk en de hartwerking. Van nature bevatten de meeste voedingsmiddelen een
bepaalde hoeveelheid natrium in de vorm van zout, waaraan het lichaam genoeg
heeft. Eigenlijk is het dus niet nodig extra zout aan het eten toe te voegen
Selenium
Komt
voor in tomaten, uien en paranoten (tonijn, haring). Ze is van belang als
anti-oxidant, gezonde spieren en bloedvaten en ze is preventief bij roos.
Gebreks kenmerken: verlies van weerstand, uithoudingsvermogen, spierpijn en
staar.
Silicium
Ze
komt voor in alfafa, appels, pruimen, volkoren producten groenten en fruit. Ze
is van belang voor de : haren, nagels huid, botten, kraakbeen, pezen en
bindweefsel. Gebrekskenmerken: Uitvallend dun haar, slapeloosheid, broze
breekbare nagels, huidklachten, puistjes op het ooglid, droge lippen, zachte en
gespleten nagels
Vanadium
Komt
voor in olijven, noten, peterselie,radijs (schaaldieren). Ze is van belang bij:
goede groei van de botten, tanden, kraakbeen , groei rode bloedcellen, en
vetstofwisseling. Gebreksymptomen: verstoring van de groei van botten en
kraakbeen en tanden, verhoogd cholesterolgehalte.
Zink
Komt
voor in groenten (lamsvlees, varkensvlees, vis- en schaaldieren en eieren) Ze is
van belang bij wondheling, gezonde huid, normale groei, functioneren van de
prostaat. Gebrekkenmerken: witte vlekjes op nagels, haarverlies, vermoeidheid,
lusteloosheid, acne, verlies van reuk- en smaakvermogen.
| Inhoudsstoffen terug naar vaktermen |
Alkaloiden bitterstoffen enzymen |
etherische olie fitonziden glycosiden |
hars koolhydraten looistoffen |
mineralen org.zuren pectine |
organische .zuren, pectine, slijmstoffen terpenen vette olie |
vitaminen |
organische zuren
Organische
zuren spelen een rol bij het handhaven van een gelijke druk binnen en buiten de
plantencel. Ze regelen de doorlaatbaarheid van water door de celwand.
Organische zuren hebben een zeer verschillende en uiteen- pende werking op het
menselijk lichaam. De meest bekende zijn appel-, citroen-, oxaal- en
wijnsteenzuur en hun derivaten. Deze stoffen treft men meestal aan in vruchten.
'
Terpenen
Deze
kunnen in verbinding met diverse andere stoffen in een plant voorkomen. Smalle weegbree
bevat er met name veel van.
Vette
olie
Vette
oliën van plantaardige oorsprong zijn mengsels van triglyceriden die niet in
water maar wel in organische oplosmiddelen oplossen. Ze zijn niet vluchtig,
vandaar de naam vaste oliën. Voorbeelden van vette oliën die in de geneeskunde
worden toegepast zijn amandelolie, maïsolie, lijnolie, sojaolie en wonderolie.
Wonderolie heeft een specifiek zuiverende werking .De oliën worden ook gebruikt
in de voedingsmiddelenindustrie en in de cosmetica]
Komt
voor in olijven, noten, peterselie,radijs (schaaldieren). Ze is van belang bij:
goede groei van de botten, tanden, kraakbeen , groei rode bloedcellen, en
vetstofwisseling. Gebreksymptomen: verstoring van de groei van botten en
kraakbeen en tanden, verhoogd cholesterolgehalte.
Slijmstoffen
Plantaardige
slijmstoffen zijn amorfe verbindingen van polysacchariden die in water oplossen
en dan een uiterst kleverige lijmachtige stof vormen. In koud water zwellen ze
op en vormen ze gelei; in water lossen ze op en vormen dan gelei. In warm water
lossen ze op tot lijmoplossingen die bij het afkoelen geleiachtig worden. De
meeste slijmstoffen worden gevormd door de plantaardige celwanden. Slijmstoffen
zijn therapeutisch bruikbaar omdat ze chemische en mechanische irritatie
verminderen. Wanneer ze de ademhalingsorganen of spijsverteringsorganen
passeren laten ze een dun beschermend laagje achter op de slijmvliezen. Dit
voorkomt dat prikkelende stoffen bij ontstoken plekken kunnen komen.
Slijmstoffen worden daarom gebruikt om ontstekingen in de borst, de keel en het
darmkanaal te verhelpen. In grote doses werken ze laxerend. In de
farmaceutische industrie worden sommige slijmstoffen als emulgatoren toegepast.
Voor geneeskrachtige toepassing zijn nuttig: klein hoefblad fenegriek, vlas,
IJslandse mos, kaasjeskruid en heemst.
Pectine
Deze
wordt tot de slijmstoffen gerekend omdat het eveneens uit polysacchariden
bestaat en op dezelfde manier gelei vormt. Pectine wordt gebruikt voor de
behandeling van diarree en in fruitdiëten. Pectine zit vooral in fruit en in
mindere mate in vruchtensap en groentesap. planten die pectine bevatten zin
b.v. braam, peen, zwarte bes, en kweepeer.
| Inhoudsstoffen terug naar vaktermen |
Alkaloiden bitterstoffen enzymen |
etherische olie fitonziden glycosiden |
hars koolhydraten looistoffen |
mineralen org.zuren pectine |
organische .zuren, pectine, slijmstoffen terpenen vette olie |
vitaminen |
vitaminen
Er
zijn maar weinig planten die zoveel van een vitaminesoort bevatten dat ze bij
vitaminetekorten worden voorgeschreven. Toch is elke vitaminerijke plant een
uitstekende aanvulling op het voedingpatroon. Wortels, paardebloem en waterkers
bevatten veel caroteen(voorstadium van vitamine A). Granen en vooral haver
levert vitamine B. Vitamine c zit vooral in vruchten als zwarte bes, rode
paprika en duindoorn.Vitamine D en E zit b.v. inwaterkers en in netels komt
vitamine K voor .
Vitaminen
behoren tot de ergonen. Ze zijn inhoudsstoffen die niet als energiebron dienen,
maar toch in zeer kleine hoeveelheden onmisbaar zijn voor een normale
ontwikkeling van de plant. De vitaminen zijn betrekkelijk ingewikkelde, meestal
instabiele organische stoffen, die in kleine hoeveel- heden door planten en
enkele dieren worden gemaakt. De mens en bijna alle dieren moeten planten eten
om aan vitaminen te komen; in bepaalde ge- vallen worden de chemische
voorlopers (de zgn. pro-vitaminen) met het voedsel opgenomen. enkele vitaminen
ontstaan dan uit de pro-vitaminen in het menselijk lichaam onder invloed van
bacteriën in de darm. Het ontbreken van vitaminen in het voedsel van mensen en
dieren veroorzaakt ernstige ziekteverschijnselen (gebreksziekten of
avitaminosen). Een groot tekort aan vitaminen kan hypovitaminose tot gevolg
hebben, hetgeen tot uiting kan komen in een verlaagde weerstand tegen ziekten.
Maar ook te veel vitaminen kunnen tot afwijkingen leiden, in dit geval
hypervitaminos genoemd. Om een beeld te krijgen van de benodigde hoeveelheden
vitaminen: een mens eet gedurende 60 jaar 8000 kg vlees, maar gedurende de-
zelfde periode heeft hij slechts 0,2 9 vitamine D nodig. De meeste vitaminen
kunnen synthetisch bereid worden. Men onderscheidt vitaminen die in water
oplosbaar zijn en vitaminen die in vet kunnen worden gelost.
Wanneer
men weinig tijd heeft om een gezonde maaltijd te bereiden lijken vitaminepillen
een goed alternatief. Uit studies ( vaktijdschrift New England Journal
of Medicin) blijkt echter dat dit niet de juiste oplossing is.
Bij onderzoek is gebleken dat ,bij de groep mensen die vitaminepillen neemt in
plaats van groenten , er 29% meer kanker voorkomt.
Vitamine A (RetinoI)
Een
tekort hieraan kan 'nachtblindheid veroorzaken; dit is het verlies van het
vermogen om in de schemering te zien. De weerstand van het lichaam tegen
infectieziekten gaat achteruit en wonden genezen slecht en langzaam. Bij een
gevarieerd dieet hoeft men niet bang te zijn voor een vitamine-A-tekort, want
de gezonde lever kan deze stof maken uit de pro-vitamine caroteen. Rijk aan
caroteen zijn: bepaalde groenten (wortels, tomaten, spinazie, kropsla), fruit
(sinaasappelen, abrikozen) levertraan, melk, boter en eidooiers. Een volwassen
mens heeft per dag ongeveer 2 mg vitamine A nodig, tijdens de zwangerschap
meer. Recent wetenschappelijk onderzoek in de VS heeft aangetoond dat het
gebruik van vitamine A supplementen het onherroepelijk blind worden bij
patiënten met de oogaandoening Retinitis Pigmentosa (RP) kan vertragen.
(vitamine E had een negatief effect). Overigens is een overdosis vitamine A
tijdens de eerste 2 maand van de zwangerschap een risicoverhogend effect op het
syndroom van Down, een waterhoofd, een hazenlip of hartafwijking. Om deze reden
is het pas zwangere vrouwen af te raden ook maar een portie lever te eten
(hierin zit een verhoogde hoeveelheid vitamine A)
Pro-vitamine
A
Van
pro-vitamine A of caroteen kan de lever zelf vitamine A maken. Caroteen is
afgeleid van carota , het Latijnse woord voor peen. Worteltjes zijn dus echt
goed voor de ogen Ook andere gele en (donker)groene groenten, bijvoorbeeld
waterkers, peterselie en pompoenen bevatten pro-vitamine A. Ook het gele of
oranje vruchtvlees van abrikozen, perziken en meloen bevat dat.
Vitamine
B-complex
-
Het Vitamine B-Complex: hieronder verstaat men een groep van ongeveer twintig
vitaminen, die in de natuur vaak samen worden aangetroffen. De
ziekteverschijnselen die het gevolg zijn van een tekort aan l vitamine Bl
(Ansurine, Thiamine) komen het meest voor. Deze zijn lichamelijke en
geestelijke vermoeidheid, het verlies van de eetlust, verstoring van de
spijsvertering en depressies. De rijkste bronnen vitamine B1 uit de
plantenwereld zijn roggebrood aardappelen, gist, havervlokken, fruit en
bijenhoning. Ook dierlijk weefsel kan rijk zijn aan deze vitamine: lever,
nieren, hersenen, hart, varkensvlees. Per dag heeft de mens 1 mg nodig. Deze
vitamine heeft ook invloed op: de groei en instandhouding van huidweefsel,
productie van rode bloedlichaampjes en het optimaal functioneren van de
zenuwen.
Vitamine
B2
Vitamine
B2 (Riboflavine) behoort tot de Flavinen. Men treft ze vooral aan in gist,
melkproducten , granen , koolsoorten champignons, sojabonen, tarwekiemen en
zwarte thee. Een tekort aan deze vitamine veroorzaakt aandoeningen van het
slijmvlies. De Belgische onderzoeker en neuroloog Jean Schoenen van de
universiteit van luik heeft aangetoond dat hoge doses vitamine B2 migraine
voorkomt.
Vitamine
B3
Deze
komt voor in de volle graankorrels en bonen (biergist, lever, eieren).Ze is
werkzaam tegen slapeloosheid, mentale depressies, prikkelbaarheid en slechte
eetlust.
Vitamine
B5
Deze
is van belang voor de energievoorziening alsook voor de opbouw en afbraak van
vetten en de vorming van bepaalde hormonen Ze komt voor in volle graankorrels
en noten (lever, biergist, eieren)
Vitamine
B6
De
vitamines B6 en foliumzuur lijken in staat bij personen met een verhoogd risico
de kans op het ontwikkelen van hart- of vaatziekten te verkleinen. Ze helpt bij
de vorming van rode bloedcellen en werkt tegen kaalheid, bloedarmoede en
vermoeidheid. Ook de kans op aderverkalking blijkt hiermee kleiner.
Vitamine B9 (foliumzuur)
Foliumzuur
blijkt een belangrijke rol te spelen bij de aanmaak van moleculen waarin de
erfelijke eigenschappen van onze lichaamscellen worden bewaard. Daarom is
foliumzuur onder andere van groot belang bij de zwangerschap. Door voldoende
van deze vitamine te nemen wordt namelijk de kans op baby's met een aangeboren
afwijking flink verkleind. Ook de kans op een miskraam wordt verkleind.
Vitamine
B12
Vitamine
B12 (Cobolamine) komt niet voor in het plantenrijk. Rauwe lever is hiervan één der
belangrijkste bronnen. Daar ze een rol speelt bij de vorming van de rode
bloedlichaampjes, wordt vitamine B12 toegediend bij de behandeling van
bloedarmoede (pernicieuze anemie). Choline be- hoort ook tot het vitamine
B-complex. Ze is een zg. lipotrofe stof, dwz een stof die zich aan vetten of
vetachtige verbindingen kan binden. Choline wordt vooral in eierdooiers
aangetroffen ;ze is van belang bij de vetstofwisseling. Ze bevordert ook het
functioneren van het centrale zenuwstelsel en is betrokken bij de vorming van
bloed.Ook blijkt ze te helpen om een postnatale depressie te voorkomen. Zelfs
bij de behandeling van depressies van Vietnamveteranen werden er goede
resultaten mee bereikt.
Vitamine C (Ascorbinezuur)
Vitamine
C (Ascorbinezuur) is misschien wel de meest bekende van alle vitaminen. Veel
zoogdieren kunnen zelf deze vitamine synthetiseren; de mens moet echter het
ascorbinezuur uit zijn voedsel opnemen. Per dag heeft hij ca. 75 mg nodig, de
grootste hoeveelheid van alle vitaminen. Een tekort aan vitamine C uit zich in
vermoeidheidsverschijnselen, een verlies van eetlust, frequente neusbloedingen,
bloeden van het tandvlees en een verminderde weerstand tegen infectieziekten.
De aanvoer van de vitamine moet constant plaatsvinden, omdat ze niet kan
worden opgeslagen in het lichaam, integendeel, ze wordt steeds met de urine
uitgescheiden. Groenten die rijk zijn aan ascorbinezuur zijn bijv. paprika,
bloemkool, tomaten, aardappelen. Onder de vruchten zijn rozenbottels, zwarte
bessen, citrusvruchten en aardbeien de belangrijkste vitamine C- leveranciers.
Door sterke verhitting wordt vitamine C afgebroken 1 hiermee moet men rekening
houden bij het koken. Het gehalte van vita mine C in zuurkool en aardappelen
neemt relatief minder af tijdens koken. Omdat vitamine C gemakkelijk
oxideert, moet men in stukken gesneden groenten niet te lang aan de lucht
blootstellen. Overigens is gebleken dat mensen met een hoog vitamine-C gehalte
in het bloed , de laagste bloeddruk hebben. Verder heeft onderzoek aangetoond
dat dagelijkse inname van 300 mg de kans op sterfte door een hartaanval met 41%
verlaagd
-
Vitaminen D2-5
Van
deze groep is vitamine D2 of Calciferol de belangrijkste. Ze bevorderen de
opname van calcium en fosfor, regelen het gehalte van deze elementen in het
bloed en zijn van groot belang bij de vorming en groei van beenderen en tanden.
Daarom zijn ze belangrijk voor kinderen, die in hun eerste twee levensjaren
vijf keer zoveel vitamine D nodig hebben als volwassenen. Een gebrek aan
vitaminen uit deze groep veroorzaakt rachitis bij kinderen en ontkalking
van de beenderen, waarbij deze week worden en atrofiëren, bij volwassenen.
Overdosering, daarentegen, heeft kalkafzettingen aan de wanden van de
bloedvaten tot gevolg. De belang- rijkste bron van vitamine D is walvistraan.
In ons normale voedsel komen e in zeer geringe hoeveelheden voor. Dit tekort
kan men compenseren door bestraling door zonlicht of door de hoogtezon~onder
invloed van ultraviolette stralen wordt in de huid vitamine D gemaakt uit
pro-vitamine in de vetcellen. De dagelijkse behoefte aan deze vitamine is
ongeveer 0,025 mg.
Vitamine
E
-
Vitamine E of Tocopherol is een groei- en anti-steriliteitsfactor.
Gebrekverschijnselen zijn bij mensen niet bekend. Onlangs werd aangetoond dat
vitamine E aderverkalking tegengaat Tarwekiemen en tarwekiemolie zijn bijzonder
rijk aan deze vitamine. De dagelijkse behoefte van de mens wordt geschat op
ongeveer 5 mg. Vitamine E kan in zeer hoge doses bij een groot aantal patiënten
met actieve gewrichtsontsteking die ontsteking stoppen en het gebruik van
pijnstillende middelen aanmerkelijk verminderen. Vooral voor reumapatiënten die
ook aan bv. maagzweren of astma lijden vormt een hoge dosering vitamine E een
uitkomst. Prémenstruele klachten blijken door dagelijks 300 mg vitamine B6
succesvol behandelt te kunnen worden.( Universiteit Upsala Zweden). Onderzoek
heeft aangetoond dat indien 10 jaar lang elke dag minimaal 400 IE vitamine E
wordt gebruikt de kans op een hartaanval met 90% afneemt.
Vitamine
F
-
Vitamine F, de groep van essentiële, meervoudig onverzadigde vetzuren. n voor
in plantenoliën, vooral linolzuur. Gebreksziekten zijn bij de mens niet bekend.
Men neemt aan, dat vitamine F een rol speelt hij de stofwisseling en bij de
genezing van huidaandoeningen. Bij eczeem hebben mensen baat bij 2 x daags 4
capsules met 500mg vitamine F. Bij mensen die hierop niet reageren is wel eens
een hogere dosering gegeven waarop men dan alsnog reageerde.
Vitamine
K
-
Vitamine K (Phyllochinon) Gebrek aan vitamine K leidt tot bloedingen en
verstoring van de bloed- stolling Bij mensen treden deze verschijnselen
nauwelijks op, omdat de darmflora voldoende vitamine K produceert. Ze wordt
vooral aan- getroffen in de groene delen van fruit en groenten. Een volwassen
mens heeft per dag ongeveer 0,001 mg nodig. Omdat pasgeboren kinderen
weinig of geen voorraad vitamine K hebben wordt deze in de eerste uren na de
bevalling toegediend om ze zo te beschermen bij eventuele bloedingen in de
eerste levensmaanden.
Vitamine
K1
Recent
wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat vitamine K1 een belangrijke rol
speelt bij botaanmaak. Ze heeft een herstellende werking bij vrouwen met
osteoporose.
Vitamine
P
Oedeem
(vochtophoping) kan het leven behoorlijk beïnvloeden. Opgezwollen benen, enkels
en armen zijn namelijk niet alleen pijnlijk en ongezond, ze ondermijnen ook het
zelfvertrouwen.Deze vitamine P gaat ze echter te lijf. Ze is een van de
belangrijkste vochtafdrijvers in de strijd tegen oedeem. Vitamine P komt voor
in: witte kool, pruimen, druiven, aubergine, bosbessen, prei, kersen,
wortelen,grapefruit, sinaasappelen, gele paprika's, sinaasappels (vooral in de
schil hiervan zit 150 x meer in dan in het vruchtvlees)
Vitamine Q (co-enzym Q10 ofwel Ubiquinon Q10)
Met deze stof kan men energie halen uit de voeding en kan het lichaam goed functioneren Q10 is ontleend aan het Latijnse 'ubigue' dat "alomtegenwoordig" of overal aanwezig betekent.Het is een noodzakelijk onderdeel van het energieproducerend systeem van iedere cel. De stof is nodig om cellen, weefsels en inwendige organen optimaal te laten fungeren. Q10 komt voor in volkoren producten, noten, sojabonen, groentesoorten, broccoli en spinazie.Een groot deel hiervan dat niet rechtstreeks uit de voeding komt wordt aangemaakt door de lever uit andere voedingsbronnen. Ze blijkt vooral ouderen het idee te geven langer fit te blijven , gezonder en levenslustiger.
| Inhoudsstoffen terug naar vaktermen |
Alkaloiden bitterstoffen enzymen |
etherische olie fitonziden glycosiden |
hars koolhydraten looistoffen |
mineralen org.zuren pectine |
organische .zuren, pectine, slijmstoffen terpenen vette olie |
vitaminen |